Een langdurig proces . . .
Keuzes maken is altijd lastig en als je dan gaat beginnen aan een avontuur
waar er een enorme hoop gemaakt moeten worden die ook nog eens allemaal
van elkaar afhankelijk zijn wordt het helemaal moeilijk.
Mijn eerste uitgangspunt was dan ook heel erg simplistisch; leuk dat modelsporen,
dat wil ik ook!! Gelukkig kom je er al snel achter dat er wel structuur
is aan te brengen in je keuzes, lees het FAQ-Starters maar eens op Beneluxrail,
dan zie je wat ik bedoel.
Dan blijkt dat het eigenlijk helemaal niet zo moeilijk is, de belangrijkste
beslissing is eigenlijk al genomen, ik wil gaan modelsporen! Alles wat daarna
volgt is slechts een afgeleide hiervan.
Belangrijk is het onderscheid tussen wat kan en wat ik wil. Om met het laatste
te beginnen; een modelspoorbaan waar wat gebeurd en waar je naar blijft
kijken. Een evenaring van het Efteling diorama in haar gloriedagen gaat
wat ver (zo'n groot huis heb ik niet!) maar is wel leuk.
De volgende zaken komen aan bod: Beschikbare Ruimte, Thema, Schaal, Rails keuze, Besturing , Automatiseren met de Computer en natuurlijk ook het uiteindelijke resultaat van het hele ontwerpproces.
Nu moet een en ander zich natuurlijk ook nog in een bepaalde tijd afspelen,
tenminste, binnen redelijke grenzen. Al gauw kom je dan uit op laat periode
III begin IV, jaren vijftig-zestig. Leuke aan deze periode is dat er heel
veel kan, een combinatie van diesel en elektrisch maar ook nog een enkele
stoomlocomotief reed nog wel rond. Kortom, heel veel vrijheden en variaties
mogelijk. Komt ook bij dat het aanbod van materiaal voor deze periode heel
erg groot is.
Schaal
Dit was eigenlijk de gemakkelijkste keuze, de volgende redenering heb ik
gevolgd: Er moeten redelijk wat rijbewegingen zijn en de ruimte is vrij
beperkt, H0 valt dan al snel af vanwege het ruimtebeslag en Z viel af vanwege
het beperkte aanbod van materiaal. De keuze viel dus op N. Een zeer ruim
aanbod door diverse fabrikanten en niet te klein om nog zelf eraan te kunnen
prutsen (want dat kan bij Z niet of nauwelijks).
Ter illustratie van het verschil in ruimtebeslag, dezelfde baan in diverse
schalen:
H0 : 1 op 87
N : 1 op 160
Z : 1 op 220
Extra Informatie
Een recente enquête op
Beneluxrail wees uit dat de
verdeling in schalen zeer
onevenwichtig is, ongeveer
H0 64%,
N 27%,
Z 2%,
rest minder dan 1 procent.

Rails
Achteraf gezien is dit een onderwerp waar je als beginner snel de mist mee
ingaat, ik dus ook!! Eigenlijk wil je, zodra de schaal bepaalt is, zo snel
mogelijk wat zien bewegen en wat doen dan velen? Hup, naar de winkelier
en een startset aanschaffen, meestal komt dat dan neer op een Minitrix of
Fleischmann set.
Ik viel dus ook voor deze verleiding, omdat ik de vaste bedding onder de
rail bij Fleischmann niet mooi vind heb ik toen dus een Minitrix set gekocht,
heb daar in de loop van een jaar wat wissels en rails bijgekocht om een
wat uitgebreider testbaantje te kunnen aanleggen. Tot zo ver niets aan de
hand. Maar toen ik serieus ging nadenken over een grotere baan en toevalligerwijs
eens een paar Peco
wissels in handen kreeg viel me toch wel een aantal zaken op:
• Minitrix is duur (Fleischmann ook trouwens)
• Het is eigenlijk helemaal niet zo natuurgetrouw,
• hoge rails, valt pas echt op als je er wat anders naast legt
• bochten bij wissels veel te scherp, lijkt soms net of de treinen
haakse bochten nemen.
Heb daarna nog eens verder rondgekeken en was toen eigenlijk snel verkocht,
het Peco code 55 materiaal is veruit het mooiste en ook nog eens een van
de goedkopere!
Vooral dit laatste was erg verrassend, helemaal toen ik op het web ging
kijken en daar The
Signal Box tegenkwam en bleek dat die nog eens zo'n 20 procent lager
zaten dan de Nederlandse winkeliers, let op, prijzen zijn in Engelse ponden!
Via Marktplaats.nl alle Minitrix rails verkocht tegen een goede prijs en
een bestelling geplaatst bij Signal Box, ruim een week later had ik dat
in huis.
Zitten er dan geen nadelen aan Peco? Jawel, vooral de wisselaandrijvingen hebben extra aandacht nodig! Standaard gaan de wissels vrij zwaar om vanwege een veerconstructie in de wissel en de energiezuinigste Peco wisselaandrijving (PL10W) heeft nog steeds een zeer hoog stroomverbruik (2-2,5A), vaak ruim meer dan de meeste standaard wisseldecoders kunnen leveren. Komt nog bij dat deze aandrijvingen een ongelofelijk lawaai maken. Het is duidelijk dat Peco, elektrisch gezien, nog in het pre-digitale tijdperk zit. Een speurocht naar alternatieven bracht me bij geheugendraad, zie Zelfbouw.
Alle bochten en rechte stukken worden aangelegd door middel van flex-rail, dit hebben ze in een houten liggers of betonnen liggers uitvoering, alle wissels hebben houten liggers.
Let verder goed op; Peco levert 3 N-schaal railsystemen: Set-track (erg lelijk), Code 80 (minder maar doenbaar) en Code 55 (ruim het mooiste).
Verder zijn veel wissels in een Insulfrog of Electrofrog uitvoering, dat wil zeggen met geïsoleerde hartstukken of gepolariseerde hartstukken, de laatste hebben de voorkeur vanwege de bedrijfszekerheid bij kleine of langzaam rijdende locs maar betekenen ook een iets ingewikkelder bedrading. Zie ook Tips.
PDF bestand met Peco
code 55 rails overzicht.

In feite heb je drie mogelijkheden:
• Traditioneel analoog
• Volledig digitaal
• Een mengvorm van bovenstaande
Hier bovenop komt nog een extra dimensie als je, zoals ik, ook geautomatiseerd
zou willen rijden, of in ieder geval de mogelijkheid daartoe niet wilt uitsluiten.
Analoog viel eigenlijk al direct af, ik persoonlijk vind de besturings mogelijkheden niet groot genoeg en daardoor een beetje saai. Nu kun je met allerlei modules trucs gaan uithalen maar dan is de goedkoopte er al heel snel vanaf en lever je heel erg in op flexibiliteit
Zelfbouw of mengvormen van Digitaal/Analoog vielen ook af omdat ik niet genoeg verstand van elektronica heb om problemen zelf op te lossen, tevens vond ik de prijzen nou ook weer niet zo concurrerend ten opzichte van volledig digitaal dat de prijs dan doorslaggevend zou zijn.
Conclusie: volledig digitaal gaan rijden, maar ook hier zul je het nodige aan onderzoek moeten gaan doen. Lees ook het Digitaal hoofdstuk voor een uitgebreide beginners introductie in digitaal modelsporen.
De volgende stap is het bepalen welke control-unit je wilt gaan gebruiken, zelfbouw viel voor mij of om eerdergenoemde redenen, blijft over een keuze tussen systemen van fabrikanten of hybride opties. Nu heb ik een pesthekel om me vast te binden aan een bepaalde fabrikant en daarom was de keuze voor een Intellibox van Uhlenbrock vrij snel gemaakt, deze kan zonder problemen de drie belangrijkste protocollen (DCC, Motorola en Selectrix) tegelijkertijd aan. Dit geeft je dus een enorme vrijheid in het kiezen of zelf bouwen van componenten. Let op: de Fleischmann Twin-Center is welliswaar een look-alike van de Intellibox maar er is 1 heel erg belangrijk verschil: in plaats van Motorola heeft de Twin-Center het antieke FMZ als derde protocol aan boord. Ik vond het toch wel plezierig om ook Motorola aan te kunnen sturen omdat je dan veel meer keus hebt in bijvoorbeeld wisseldecoders.
Hoewel door sommige winkeliers beweerd wordt dat
multi-protocol rijden problemen geeft heb ik daar nog niets
van gemerkt en verdenk ik ze er een heel klein beetje van
me een ander apparaat te willen aansmeren dat meer
oplevert op de langere termijn.
Uiteindelijk levert het mij de volgende configuratie op:
Loc-decoders: DCC (Lenz) en Selectrix
Bezetmelding: S88 bus (LDT, Viessmann) met
stroom-detectie units (zelfbouw)
Wisseldecoders: DCC en Motorola decoders van
LDT, Viessmann en Lenz
In de voorgaande secties zijn alle basis keuzes besproken, hier nog even
een samenvatting:
= Schaal: N
= Digitaal: Intellibox en Koploper
= Lok-decoders: DCC en Selectrix
= Rails: Peco Code 55
= Periode: III-IV
= Landschap: heuvelig met een enkele berg aan de randen
= Lay-out: U-vorm
= Grootte: Hoofdplan: 315 breed, poten 220 en 195 lang, Schaduwstation:
330 x 70 cm
Met dit als basisgegeven ben ik aan het schetsen en ontwerpen gegaan, een
stuk of twaalf versies verder is het plan zoals onderop de pagina het resultaat
geworden.
Naar mijn smaak een plan waar voldoende te beleven valt, een van de redenen
hiervoor is dat treinen uit vijf verschillende richtingen kunnen opduiken,
een en ander had wel tot gevolg dat er drie keerlus modules nodig zijn,
maar die kan ik zelf bouwen.
Het stadje (Marbug) is vernoemd naar mijn oudste
dochter Maartje en het dorpje (Anfeldt) naar haar
zus Anneke.
Het stuk industrie geeft ruim voldoende mogelijkheden tot zelf rangeren
en dergelijke. Een stukje waar ik me op verheug is het haventje, mijns inziens
een leuke uitbreiding.
Het schaduwstation kan ik nog net kwijt onder het schuine dak zodat ik het
niet onder de tafel hoef te maken en ik daardoor ook geen stijgspiralen
nodig heb!
Is dit nu het uiteindelijke plan? We zien wel of het de realiteit van het
bouwen kan overleven, waarschijnlijk niet!!