Reizen door de wondere wereld van digitale modelspoorbouw in schaal N

© Henk Funk, 2005

 

 

 

 

Een langdurig proces . . .

Keuzes maken is altijd lastig en als je dan gaat beginnen aan een avontuur waar er een enorme hoop gemaakt moeten worden die ook nog eens allemaal van elkaar afhankelijk zijn wordt het helemaal moeilijk.
Mijn eerste uitgangspunt was dan ook heel erg simplistisch; leuk dat modelsporen, dat wil ik ook!! Gelukkig kom je er al snel achter dat er wel structuur is aan te brengen in je keuzes, lees het FAQ-Starters maar eens op Beneluxrail, dan zie je wat ik bedoel.
Dan blijkt dat het eigenlijk helemaal niet zo moeilijk is, de belangrijkste beslissing is eigenlijk al genomen, ik wil gaan modelsporen! Alles wat daarna volgt is slechts een afgeleide hiervan.
Belangrijk is het onderscheid tussen wat kan en wat ik wil. Om met het laatste te beginnen; een modelspoorbaan waar wat gebeurd en waar je naar blijft kijken. Een evenaring van het Efteling diorama in haar gloriedagen gaat wat ver (zo'n groot huis heb ik niet!) maar is wel leuk.

De volgende zaken komen aan bod: Beschikbare Ruimte, Thema, Schaal, Rails keuze, Besturing , Automatiseren met de Computer en natuurlijk ook het uiteindelijke resultaat van het hele ontwerpproces.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ruimte
De hoeveelheid ruimte die ter beschikking staat is essentieel, natuurlijk hoe meer hoe beter, maar realistisch gezien zitten er altijd grenzen aan. Ik heb de beschikking over een zolderkamer van 3,3 bij 4,5 meter, maar waar een stuk van de 4,5 meter afvalt wegens het te laag worden van het schuine dak.
Omdat er niet zoveel andere opties zijn waar de huisgenoten het ook nog mee eens zouden zijn moet ik het er maar mee doen. Nu is dat niet erg want het is best een mooi oppervlak om mee te werken.
Gelukkig kan ik het schuine stuk toch nog gebruiken voor een schaduwstation, dat betekent dat ik nog een behoorlijke ruimte
overhoud voor het eigenlijke baanplan.
Wijs maar eens naar het plaatje met de muis dan zie je wat ik bedoel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Thema
Vastomlijnde gedachtes betreffende thema had en heb ik niet zo, meer het globale concept dat er op de baan wel het een en ander moet gebeuren en dat het ook niet al te voorspelbaar moet zijn. Treinen die uit allerlei hoeken gaten onverwacht opduiken en zo, toch een beetje het Efteling diorama idee dus. Ben uiteindelijk uitgekomen op een heuvelachtig landschap omdat je dan dus leuk kunt afwisselen tussen zichtbaar en onzichtbaar.
Voor wat betreft de landkeuze sloot bovenstaande Nederland al vlot uit, ben toen meer afgegaan op verkrijgbaarheid van, en keuze in, materiaal. Aangezien Duitsland dan veruit de grootste bron is werd het dus de Deutsche Bundesbahn.

Nu moet een en ander zich natuurlijk ook nog in een bepaalde tijd afspelen, tenminste, binnen redelijke grenzen. Al gauw kom je dan uit op laat periode III begin IV, jaren vijftig-zestig. Leuke aan deze periode is dat er heel veel kan, een combinatie van diesel en elektrisch maar ook nog een enkele stoomlocomotief reed nog wel rond. Kortom, heel veel vrijheden en variaties mogelijk. Komt ook bij dat het aanbod van materiaal voor deze periode heel erg groot is.

 

 

 

 

 

 

 

Schaal
Dit was eigenlijk de gemakkelijkste keuze, de volgende redenering heb ik gevolgd: Er moeten redelijk wat rijbewegingen zijn en de ruimte is vrij beperkt, H0 valt dan al snel af vanwege het ruimtebeslag en Z viel af vanwege het beperkte aanbod van materiaal. De keuze viel dus op N. Een zeer ruim aanbod door diverse fabrikanten en niet te klein om nog zelf eraan te kunnen prutsen (want dat kan bij Z niet of nauwelijks).
Ter illustratie van het verschil in ruimtebeslag, dezelfde baan in diverse schalen:
      H0 : 1 op 87
      N : 1 op 160
      Z : 1 op 220

Extra Informatie
Een recente enquête op
Beneluxrail wees uit dat de
verdeling in schalen zeer
onevenwichtig is, ongeveer
    H0 64%,
    N 27%,
    Z 2%,
    rest minder dan 1 procent.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rails
Achteraf gezien is dit een onderwerp waar je als beginner snel de mist mee ingaat, ik dus ook!! Eigenlijk wil je, zodra de schaal bepaalt is, zo snel mogelijk wat zien bewegen en wat doen dan velen? Hup, naar de winkelier en een startset aanschaffen, meestal komt dat dan neer op een Minitrix of Fleischmann set.
Ik viel dus ook voor deze verleiding, omdat ik de vaste bedding onder de rail bij Fleischmann niet mooi vind heb ik toen dus een Minitrix set gekocht, heb daar in de loop van een jaar wat wissels en rails bijgekocht om een wat uitgebreider testbaantje te kunnen aanleggen. Tot zo ver niets aan de hand. Maar toen ik serieus ging nadenken over een grotere baan en toevalligerwijs eens een paar Peco wissels in handen kreeg viel me toch wel een aantal zaken op:
• Minitrix is duur (Fleischmann ook trouwens)
• Het is eigenlijk helemaal niet zo natuurgetrouw,
• hoge rails, valt pas echt op als je er wat anders naast legt
• bochten bij wissels veel te scherp, lijkt soms net of de treinen haakse bochten nemen.

Heb daarna nog eens verder rondgekeken en was toen eigenlijk snel verkocht, het Peco code 55 materiaal is veruit het mooiste en ook nog eens een van de goedkopere!
Vooral dit laatste was erg verrassend, helemaal toen ik op het web ging kijken en daar The Signal Box tegenkwam en bleek dat die nog eens zo'n 20 procent lager zaten dan de Nederlandse winkeliers, let op, prijzen zijn in Engelse ponden!
Via Marktplaats.nl alle Minitrix rails verkocht tegen een goede prijs en een bestelling geplaatst bij Signal Box, ruim een week later had ik dat in huis.

Zitten er dan geen nadelen aan Peco? Jawel, vooral de wisselaandrijvingen hebben extra aandacht nodig! Standaard gaan de wissels vrij zwaar om vanwege een veerconstructie in de wissel en de energiezuinigste Peco wisselaandrijving (PL10W) heeft nog steeds een zeer hoog stroomverbruik (2-2,5A), vaak ruim meer dan de meeste standaard wisseldecoders kunnen leveren. Komt nog bij dat deze aandrijvingen een ongelofelijk lawaai maken. Het is duidelijk dat Peco, elektrisch gezien, nog in het pre-digitale tijdperk zit. Een speurocht naar alternatieven bracht me bij geheugendraad, zie Zelfbouw.

Alle bochten en rechte stukken worden aangelegd door middel van flex-rail, dit hebben ze in een houten liggers of betonnen liggers uitvoering, alle wissels hebben houten liggers.

Let verder goed op; Peco levert 3 N-schaal railsystemen: Set-track (erg lelijk), Code 80 (minder maar doenbaar) en Code 55 (ruim het mooiste).

Verder zijn veel wissels in een Insulfrog of Electrofrog uitvoering, dat wil zeggen met geïsoleerde hartstukken of gepolariseerde hartstukken, de laatste hebben de voorkeur vanwege de bedrijfszekerheid bij kleine of langzaam rijdende locs maar betekenen ook een iets ingewikkelder bedrading. Zie ook Tips.

PDF bestand met Peco code 55 rails overzicht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Besturing
Dit is een onderwerp waar ik een hele poos tegenaan heb zitten hikken om een aantal redenen; het is complexe materie, uitermate fundamenteel om meteen de juiste richting te kiezen en ik ben geen elektro-technieker.

In feite heb je drie mogelijkheden:
• Traditioneel analoog
• Volledig digitaal
• Een mengvorm van bovenstaande
Hier bovenop komt nog een extra dimensie als je, zoals ik, ook geautomatiseerd zou willen rijden, of in ieder geval de mogelijkheid daartoe niet wilt uitsluiten.

Analoog viel eigenlijk al direct af, ik persoonlijk vind de besturings mogelijkheden niet groot genoeg en daardoor een beetje saai. Nu kun je met allerlei modules trucs gaan uithalen maar dan is de goedkoopte er al heel snel vanaf en lever je heel erg in op flexibiliteit

Zelfbouw of mengvormen van Digitaal/Analoog vielen ook af omdat ik niet genoeg verstand van elektronica heb om problemen zelf op te lossen, tevens vond ik de prijzen nou ook weer niet zo concurrerend ten opzichte van volledig digitaal dat de prijs dan doorslaggevend zou zijn.

Conclusie: volledig digitaal gaan rijden, maar ook hier zul je het nodige aan onderzoek moeten gaan doen. Lees ook het Digitaal hoofdstuk voor een uitgebreide beginners introductie in digitaal modelsporen.

De volgende stap is het bepalen welke control-unit je wilt gaan gebruiken, zelfbouw viel voor mij of om eerdergenoemde redenen, blijft over een keuze tussen systemen van fabrikanten of hybride opties. Nu heb ik een pesthekel om me vast te binden aan een bepaalde fabrikant en daarom was de keuze voor een Intellibox van Uhlenbrock vrij snel gemaakt, deze kan zonder problemen de drie belangrijkste protocollen (DCC, Motorola en Selectrix) tegelijkertijd aan. Dit geeft je dus een enorme vrijheid in het kiezen of zelf bouwen van componenten. Let op: de Fleischmann Twin-Center is welliswaar een look-alike van de Intellibox maar er is 1 heel erg belangrijk verschil: in plaats van Motorola heeft de Twin-Center het antieke FMZ als derde protocol aan boord. Ik vond het toch wel plezierig om ook Motorola aan te kunnen sturen omdat je dan veel meer keus hebt in bijvoorbeeld wisseldecoders.

Hoewel door sommige winkeliers beweerd wordt dat
multi-protocol rijden problemen geeft heb ik daar nog niets
van gemerkt en verdenk ik ze er een heel klein beetje van
me een ander apparaat te willen aansmeren dat meer
oplevert op de langere termijn.

Uiteindelijk levert het mij de volgende configuratie op:
Loc-decoders: DCC (Lenz) en Selectrix
Bezetmelding: S88 bus (LDT, Viessmann) met
stroom-detectie units (zelfbouw)
Wisseldecoders: DCC en Motorola decoders van
LDT, Viessmann en Lenz

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Computer besturing
Vanaf het allereerste begin speelde voor mij mee dat een baan door computer aangestuurd moest kunnen worden, maar ook belangrijk was dat een computer niet essentieel moest zijn, je moet per slot van rekening ook los met de locs kunnen rijden. Dit laatste woog ook zwaar mee in de keuze voor de Intellibox.
De keuze voor een besturingsprogramma was eigenlijk verrassend simpel: Koploper, gemaakt door Paul Haagsma en te vinden op zijn Pahasoft website. Koploper is gewoon het beste wat er in de Nederlandse taal te vinden is en dan heb ik het nog niet eens over de prijs, want die is er niet!! Koploper is gratis en kan een stuk meer dan de 200 Euro kostende concurrentie, misschien is het enige nadeel dat het grafisch niet helemaal geweldig is. Maar dat zou muggenziften zijn. Helemaal omdat Paul er ook nog eens een zeer actief forum op na houdt voor het verhelpen van problemen en beantwoorden van vragen.

 

 

 

 

 

en begin maar weer opnieuw . . .
Zoals alle ontwerp activiteiten is ook het ontwerpen van een modelspoorbaan een iteratief proces, je schetst wat, je legt het weg en bekijkt het dan opnieuw. Vaak betekent dat weer opnieuw beginnen. Wat ook erg verstandig is om te doen is je plan voorleggen aan meer ervaren modelspoorders. Ikzelf heb heel veel gehad aan de suggesties op Beneluxrail waarvoor nog steeds mijn dank.

In de voorgaande secties zijn alle basis keuzes besproken, hier nog even een samenvatting:
   = Schaal: N
   = Digitaal: Intellibox en Koploper
   = Lok-decoders: DCC en Selectrix
   = Rails: Peco Code 55
   = Periode: III-IV
   = Landschap: heuvelig met een enkele berg aan de randen
   = Lay-out: U-vorm
   = Grootte: Hoofdplan: 315 breed, poten 220 en 195 lang, Schaduwstation: 330 x 70 cm

Met dit als basisgegeven ben ik aan het schetsen en ontwerpen gegaan, een stuk of twaalf versies verder is het plan zoals onderop de pagina het resultaat geworden.
Naar mijn smaak een plan waar voldoende te beleven valt, een van de redenen hiervoor is dat treinen uit vijf verschillende richtingen kunnen opduiken, een en ander had wel tot gevolg dat er drie keerlus modules nodig zijn, maar die kan ik zelf bouwen.

Het stadje (Marbug) is vernoemd naar mijn oudste dochter Maartje en het dorpje (Anfeldt) naar haar zus Anneke.
Het stuk industrie geeft ruim voldoende mogelijkheden tot zelf rangeren en dergelijke. Een stukje waar ik me op verheug is het haventje, mijns inziens een leuke uitbreiding.
Het schaduwstation kan ik nog net kwijt onder het schuine dak zodat ik het niet onder de tafel hoef te maken en ik daardoor ook geen stijgspiralen nodig heb!

Is dit nu het uiteindelijke plan? We zien wel of het de realiteit van het bouwen kan overleven, waarschijnlijk niet!!